alle standen van de maan Maanfases

Waar staat de maan nu?

De maan is op dit moment laatste kwartier en voor 46% verlicht. Ze is 22,5 dagen oud, geteld vanaf de laatste nieuwe maan.

De acht fases

De maan doorloopt in ruim negenentwintig dagen dezelfde ronde. Vier daarvan zijn momenten – nieuwe maan, eerste kwartier, volle maan en laatste kwartier vallen op een precies tijdstip. De vier ertussen zijn periodes van een dag of zeven.

Elke fase heeft een eigen pagina met alle datums voor de komende twee jaar.

De maansikkel: twee keer per ronde

Een maansikkel is de smalle boog licht die je ziet als maar een klein deel van de maan door de zon beschenen wordt. Dat gebeurt twee keer per ronde, aan weerszijden van de nieuwe maan – en het zijn twee heel verschillende momenten om naar buiten te gaan.

De jonge maansikkel verschijnt vlak ná nieuwe maan, kort na zonsondergang, laag in het westen. Hij staat met de bolle kant naar rechts en zakt binnen een uur of twee weg. Hoe dichter bij de nieuwe maan, hoe dunner – en hoe lastiger te zien.

De asgrauwe maan is de sikkel vlak vóór nieuwe maan, en die moet je juist 's ochtends hebben: laag in het oosten, net voor de zon opkomt, met de bolle kant naar links. Bij deze stand zie je vaak ook de donkere rest van de schijf vaag oplichten. Dat is zonlicht dat eerst de aarde heeft geraakt en van daar op de maan valt – aardschijnsel, en het is waar de asgrauwe maan haar naam aan dankt.

Een ezelsbruggetje voor welke kant je ziet: staat de bolle kant naar rechts, dan groeit de maan; wijst hij naar links, dan neemt ze af.

De eerstvolgende standen

De maancyclus: waarom de maan van vorm verandert

De maan maakt geen eigen licht; je ziet het deel dat door de zon beschenen wordt. Hoeveel dat is, hangt af van waar ze in haar baan staat ten opzichte van de zon. Bij nieuwe maan staat ze ertussen en zie je niets; bij volle maan staat de aarde ertussen en zie je de hele verlichte kant.

Die hele ronde – van nieuwe maan via volle maan terug naar nieuwe maan – heet de maancyclus, en die duurt 29 dagen, 12 uur en 44 minuten. In de sterrenkunde heet dat de synodische maand. De omlooptijd om de aarde is korter, 27,3 dagen, maar de aarde schuift ondertussen een stuk langs de zon; er zijn dus ruim twee extra dagen nodig voor dezelfde stand terugkeert.

Omdat die 29,5 dagen niet op een kalendermaand passen, schuiven de standen elk jaar ongeveer elf dagen op. Daarom valt volle maan nooit twee jaar achter elkaar op dezelfde datum, en heeft een enkele maand er twee.

De baan is bovendien geen cirkel: de afstand wisselt tussen ruim 356.000 en 406.000 kilometer. Valt een volle maan vlak bij het dichtste punt, dan oogt ze groter en helderder – in de volksmond een supermaan. Een officiële grens voor dat woord bestaat niet; vaak wordt 360.000 kilometer aangehouden.

Op deze site staat bij de volle manen geen afstand. De berekening hier gebruikt een vereenvoudigde baan en komt nooit dichter uit dan zo'n 363.000 kilometer, terwijl de maan in werkelijkheid tot 356.400 kilometer nadert. Voor de datum en het tijdstip maakt dat niets uit, maar om te zeggen wélke volle maan een supermaan is heb je juist die uiterste standen nodig. Dat zouden we dus niet eerlijk kunnen doen.

De tijden op deze site zijn Nederlandse tijd, en berekend in plaats van waargenomen. De dag klopt; het tijdstip kan er tot ongeveer een uur naast zitten. Wie het op de minuut wil weten, is aangewezen op een sterrenkundige almanak.

De informatie op Datum.nl is met zorg samengesteld en dient uitsluitend ter algemene informatie. Aan de gegevens kunnen geen rechten worden ontleend en Datum.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onvolledigheden of onjuistheden. Zie de disclaimer voor de volledige voorwaarden.